Bijvoeglijke naamwoorden zijn woorden die zelfstandige naamwoorden beschrijven. Ze geven meer informatie over een persoon, plaats, ding of idee.
Sommige bijvoeglijke naamwoorden beschrijven eigenschappen, zoals groot, blij of oud. Dit worden gewone bijvoeglijke naamwoorden genoemd.
Aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden verwijzen naar een specifiek zelfstandig naamwoord. Het Engels kent vier aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden:
Aanwijzend gebruik
dit ene ding dichtbij de spreker
dat ene ding verder weg
deze meer dan één ding dichtbij de spreker
die meer dan één ding verder weg
Aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden worden altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
Wanneer te gebruiken
Gebruik gewone bijvoeglijke naamwoorden om te beschrijven:
grootte (groot, klein)
kleur (rood, blauw)
leeftijd (nieuw, oud)
mening (goed, mooi)
toestand (schoon, vuil)
vorm (rond, lang)
hoeveelheid (weinig, veel)
Gebruik aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden om aan te geven over welke persoon of welk ding je het hebt.
Voorbeelden:
dit boek
die auto
deze schoenen
die huizen
Structuur
Veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden
Patroonvoorbeeld
bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord een klein huis
zijn + bijvoeglijk naamwoord Het huis is klein.
Aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden
Enkelvoud Meervoud
dit + zelfstandig naamwoord deze + zelfstandig naamwoord
dat + zelfstandig naamwoord die + zelfstandig naamwoord
Voorbeelden:
Dichtbij Ver weg
deze stoel die stoel
deze boeken die boeken
Wanneer er meer dan één bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, komt het aanwijzende bijvoeglijk naamwoord eerst.
Correct
dit oude huis
die mooie bloemen
Voorbeelden
Dit boek is interessant.
Die auto is erg snel.
Deze appels zijn vers.
Die kinderen zijn blij.
Ze heeft een kleine hond.
We wonen in een rustige straat.
Ik vind dit blauwe shirt mooi.
Dat oude gebouw is mooi.
Deze nieuwe schoenen zijn comfortabel.
Die hoge bomen zijn mooi.
Uitzonderingen
Aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden moeten gevolgd worden door een zelfstandig naamwoord.
Correct: dit boek
Incorrect: dit (wanneer er geen zelfstandig naamwoord volgt)
Als het zelfstandig naamwoord wordt weggelaten, worden dit, dat, deze en die aanwijzende voornaamwoorden, geen bijvoeglijke naamwoorden.
Voorbeelden:
Dit boek is van mij. (bijvoeglijk naamwoord)
Dit is van mij. (voornaamwoord)
Sommige bijvoeglijke naamwoorden staan normaal gesproken niet na 'zijn'.
Bijvoorbeeld:
Correct: Het kind slaapt.
Incorrect: een slapend kind.
Veelvoorkomende fouten
1. Verkeerd aanwijzend voornaamwoord voor enkelvoud of meervoud
Incorrect: Deze boeken zijn nieuw.
Correct: Deze boeken zijn nieuw.
Uitleg: Gebruik dit/dat bij enkelvoudige zelfstandige naamwoorden en deze/die bij meervoudige zelfstandige naamwoorden.
2. Ontbrekend zelfstandig naamwoord na een aanwijzend bijvoeglijk naamwoord
Incorrect: Ik vind dit leuk.
Correct: Ik vind dit boek leuk.
Uitleg: Als bijvoeglijk naamwoord moet 'this' een zelfstandig naamwoord beschrijven.
3. 'This' gebruiken voor iets dat ver weg is
Onjuist: This mountain is beautiful. (terwijl de berg ver weg is)
Correct: That mountain is beautiful.
Uitleg: Gebruik 'that' of 'those' voor dingen die verder weg zijn.
4. Verkeerde plaatsing van het bijvoeglijk naamwoord
Onjuist: A car red.
Correct: A red car.
Uitleg: De meeste Engelse bijvoeglijke naamwoorden staan vóór het zelfstandig naamwoord.
5. Een bijvoeglijk naamwoord gebruiken in plaats van een bijwoord
Onjuist: She sings beautiful.
Correct: She sings beautifully.
Uitleg: Bijvoeglijke naamwoorden beschrijven zelfstandige naamwoorden, terwijl bijwoorden werkwoorden beschrijven.
Grammaticagids
De openbare grammaticaroutes zijn klaar voor gelokaliseerde content.